|
Geschiedenis
De eerste bewoners van de regio waren de Maori's. Zij kwamen af op een bepaald soort gesteente dat veel is te vinden in de bergen rondom Queenstown. Volgens hun cultuur bevatten deze stenen veel spiritualiteit.
In 1860 was William Gilbert Rees de eerste Europeaan die zich vestigde in Queenstown. Hij bouwde er de eerste boerderij. Twee van de rondom Queenstown liggende bergen zijn vernoemd naar twee van Rees zijn zonen, namelijk Cecil Peak en Walter Peak.
Vlak nadat Walliam Gilbert Rees in Queenstown was neergestreken, ontdekten Thomas Arthur Harry Redfern goud in de Shotover River. Dit zorgde voor een heuse goudkoorts in en rond Queenstown: hele gezinnen kwamen naar Queenstown om naar goud te zoeken. Op het hoogtepunt van de goudkoorts was de Shotover River de rivier waarin het meeste goud gevonden werd ter wereld.
Maar de goudkoorts was niet van hele lange duur. De overheid wilde de chaos van de goudskoorts liever kwijt, en dus kocht zij de stad. Hiermee werd de naam van 'The Camp' in Queenstown veranderd. Omdat de overheid nu strenge regels naleefde met betrekking tot het zoeken naar goud, was dit niet echt een populaire bezigheid.
Rond 1900 verlieten de meeste mensen Queenstown om ergens anders hun geluk te zoeken. Naar verluid bleven er slechts 200 bewoners over in het nagenoeg verlaten stadje.
Tegenwoordig wonen er in de stad zelf zo'n 9.000 mensen. In de hele regio van Queenstown wonen meer dan 20.000 mensen.
De regio rondom Queenstown moet het tegenwoordig vooral hebben van het toerisme. Er wordt wel eens gezegd dat Queenstown het meest toeristische plaatsje ter wereld is. Dit toerisme bestaat nog geen eens zo gek lang in Queenstown. Onder jongeren kwam Queenstown in beeld toen de eerste commerciële bungy jump mogelijkheid werd opgericht. Samen met verschillende andere adrenaline adventures zorgde dit voor de boost in toerisme die Queenstown nodig had.
|